De stoet

De Septemberkermis wordt georganiseerd door Feestcomitee “de Stoet”.  Het comitee bestaat uit een twintigtal Moelingenaren van alle leeftijden.

Geschiedenis

Het is niet gemakkelijk om een historiek te schrijven over “ de Stoet”, de oudste, de bekendste en meest uitgebreide vereniging van Moelingen. Wie nu spreekt van “ de Stoet”, associeert dit onmiddellijk met de vierdaagse septemberkermis. “ De Stoet” is inderdaad de Vlaamse vereniging die elk jaar tijdens het eerste weekend van september de kermisfeesten organiseert en heel wat mensen mobiliseert.

Toch is de oorsprong van deze vereniging ergens anders te zoeken, nl. in de dorpspolitiek. Elk dorp had vroeger, en dikwijls ook nu nog, een ‘vete’ tussen 2 families of groep die dan uitgroeiden tot partijen die meestal aan de basis lagen van de gemeentepolitiek. Ook in Moelingen was er het conflict tussen de families Houbiers(groep nr. 1, die de meerderheid had in de gemeenteraad) en de familie Walpot(groep nr. 2). Bij de lijst nr. 1 kwam op het einde van de jaren ’40 de familie Tossings aanleunen. Vanaf de eeuwwisseling waren de polemieken tussen deze clans steeds zeer hevig tijdens de verkiezingsperiodes. Daarbuiten was het klimaat in het dorp behoorlijk rustig en er was toen nog geen spraken van Waalsgezinden tegenover Vlamingen. Dat zou later nog komen.

De naam “de Stoet” kwam van de leraar Baltus Walpot, die in de jaren ’20 ook het strijdlied “ De Stoet van nummer twee” voor de ‘vereniging’ schreef. “De Stoet” had dus alleen een politieke functie en geen banden met het kermisgebeuren.

Trouwens, in het begin van de 20ste eeuw bleef het kermisvieren in Moelingen voor de fervente aanhangers van nummer 2 beperkt tot wat reidansen en cafébezoek en met de nodige hoeveelheid bier achter de kiezen werd dan het liedje van “de Stoet” gezongen.

De familie Houbiers, de stimulerende kracht achter de Moelingse fanfare, opgericht in 1905,had een eigen feestzaal en daar gingen de meeste Moelingenaren kermis vieren. De zaal heette heel toepasselijk “ La Fanfare” (hij staat nog tegenover de kerk, in verval) en je hoorde nagenoeg alleen het Moelingse dialect spreken.

Een revolutionaire daad werd gesteld in de late jaren ’30, toen enkele extreme Stoetleden het initiatief namen om een feesttent te huren en met de kermis zelf bals te organiseren. Dit werd een groot succes, maar door allerlei omstandigheden niet herhaald.

Tot aan W.O. II had “de Stoet” tijdens de verkiezingen altijd het onderspit moeten delven tegenover de lijst nr. 1. Bij de verkiezingen van 1946, vlak na de oorlog, kwam er eigenaardig genoeg geen lijst binnen van nummer twee.

De omstandigheden hieromtrent zijn altijd vrij duister gebleven. De zeven raadsleden van nummer een kwamen dus zonder problemen in de gemeenteraad. In 1952 werd Celestin Janssen, lijsttrekker van “de Stoet”, burgemeester van Moelingen daar de partij de steun gekregen had van de familie Houbiers. Deze familie lag toen overhoop met de Tossing-clan. “De stoet”, met Celestin Janssen als burgemeester, bleef gedurende 12 jaar aan het bewind te Moelingen(tot 1964). Bij de verkiezingen van 1964 zou de overheveling van de Voerstreek naar Limburg een zeer belangrijke rol gaan spelen. De Houbiers-familie kantte zich opnieuw tegen de familie Walpot en gaf zo de overwinning aan nummer een(4 zetels tegen 3 voor “de Stoet” ).

Ondanks deze politieke nederlaag begon “de Stoet” zich, na de overheveling, steeds nadrukkelijker te manifesteren als een socio-culturele en folkloristische vereniging. Ze zou zich opwerpen als een Vlaams overkoepelend orgaan van het Moelingse veregingingsleven. Voor de Vlamingen werd “de Stoet” het symbool van Vlaamse strijd, weerbaarheid en dorpsactiviteit.

De oudere generatie van Vlaamse Voerenaars zal zich de beelden van 1963 in Moelingen nog wel goed herinneren. Moelingen was het enige dorp in Voeren waar de leeuwevlaggen te zien waren in de optocht tijdens de kermisdagen. Dat is nu nog altijd zo en de Moelingenaren zijn daar fier over.

Zoals reeds vermeld, werd er voor de kermis in de jaren na W.O. II sporadisch een tent gehuurd. Na 1963 werd hier meer werk van gemaakt. Er werd een tent aangekocht op 5 september 1967 en zo kon “de Stoet” zich actief profileren en manifesteren te Moelingen. Deze tent werd gebruikt voor bals georganiseerd door het Davidsfonds, De Bond van Grote en Jonge gezinnen, voor de Bronk- en lentefeesten en het Sint-Niklaasfeest.

Jammer genoeg heeft “de Stoet” haar tent niet lang kunnen gebruiken. De toenmalige Waalsgezinde burgemeester had bezwaren tegen het feit dat de tent naast een beschermd monument lag. Vanaf 1972 werd “de Stoet” opnieuw verplicht tot het huren van een tent voor de feestelijkheden in september, april en juni. Door dit probleem verminderde de activiteit van “de Stoet”; het bestuur houdt zich nu nog enkel bezig met het organiseren van de kermis(wat al een enorm werk is!) en het Sint-Niklaasfeest.

“De Stoet” werd echter op een ander vlak actief, nl. het subsidieren van verenigingen, zoals in 1977, toen zij een 15-tal trommels en 8 uniformen betaalde voor het trommelkorps Voeren-Moelingen.

Het was ook “de Stoet” die op 3 september 1988 de jubileumviering “25 jaar Voeren-Vlaanderen” organiseerde met zangeres Connie Neefs en de Koninklijke Harmonie “Recht door Zee”.  De jubileumoptocht werd toen opgeluisterd door de Koninklijke Harmonie “St-Cécile” uit Eijsden, de Koninklijke Harmonie “Vreugd in Deugd” uit Zussen en de Koninklijke Harmonie “Sint-Martinus” uit Riemst

Het is ook tijdens deze Septemberkermis dat om de 6 jaar de kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezing van lijst “Voerbelangen” worden voorgesteld.

Ook wilde “vzw de Stoet” het gouden jubileum “50 jaar Voeren-Limburg” niet onopgemerkt voorbij laten gaan en heeft daarom voor deze gelegenheid een feestprogramma aangeboden.

Vandaag telt “de Stoet” een 20-tal leden of medewerkers die jaarlijks het werk en de traditie voortzetten van hun Vlaamsgetrouwe en vastberaden voorgangers.

Advertenties